Het Wijde Blik is een diepe (tot 30 meter) plas met waterrecreatie, ontstaan als gevolg van zandwinning. De plas ligt in de polder Kortenhoef, in de gemeente Wijdemeren. Het Wijde Blik heeft de status Natura2000-gebied en is in eigendom van Natuurmonumenten. Om de plas op peil te houden laat AGV met name in de zomer water in vanuit het Hilversums kanaal. In het Wijde Blik bestaat de totale hoeveelheid water in de plas voor ongeveer de helft uit inlaatwater en de helft uit neerslag. Het inlaatwater (vanuit het Hilversums Kanaal) bestaat voor 55% uit Vechtwater en voor 45% uit water van de oostzijde van het Hilversums Kanaal. In de winter is het aandeel Vechtwater wat kleiner.
Wijde Blik (NL11_3_7) heeft watertype “matig grote diepe gebufferde meren” (M20) en het wateroppervlak van het waterlichaam is 293 hectare.
Het waterlichaam bestaat uit de deelgebieden:
3230-EAG-2 (Polder Kortenhoef, Wijde Blik)
Het waterlichaam ligt in de provincie(s) Noord-Holland en Utrecht en gemeente(n) Stichtse Vecht en Wijdemeren. Het waterlichaam Wijde Blik heeft de status Natura2000-gebied, KRW waterlichaam en zwemwaterlocatie en is in eigendom van Natuurmonumenten.
De doelen
Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Matig grote diepe gebufferde meren (M20), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen. De Natura2000-doelen zijn gericht op uitbreiding en kwaliteitsverbetering van de habitattypen ‘kranswierwateren’ en ‘meren met Krabbenscheer en Fonteinkruiden’ en er moeten brede rietzones aanwezig zijn in verband met water- en moerasvogels.
De huidige toestand vergeleken met de doelen –matig
De toestand in Wijde Blik (zwarte lijnen in de figuur hiernaast) is matig. Het biologische kwaliteitselement met het laagste oordeel is Ov. waterflora. De slechts scorende deelmaatlat van dit kwaliteitselement is Abundantie groeivormen macrofyten. De slechts scorende indicator van deze deelmaatlat is Bedekking Emerse planten. Ten opdoorzichte van 12 jaar geleden is de ecologische toestand langzamerhand iets verbeterd. Hoewel er vrij veel algen voorkomen, zowel in de zomer als in de winter, is er geen sprake van algenbloei. In de Wijde Blik zijn geen mosselen die de algen uit het water filteren, zoals bijvoorbeeld in de Spiegelplas. De goede score voor fytoplankton komt onder andere door het voorkomen van de goudalg Dinobryon, een soort die duidt op (matig) voedselarme omstandigheden. Zowel de hoeveelheid waterplanten als de soortensamenstelling is matig. Er zijn opvallend weinig drijfbladplanten, wat de score omlaag trekt. De bedekking van kranswieren en het aantal locaties waar het voorkomt is toegenomen sinds 2006 en is sinds 2014 ongeveer stabiel. Wel zijn er de laatste jaren minder soorten kranswieren. Voor fonteinkruiden geldt dat de bedekking en het aantal locaties waar het voorkomt redelijk stabiel is. De soorten passen vooral bij (matig) voedselrijk water. Haarfonteinkruid (een soort van schoon water) ontbreekt. In het zuiden en oosten van de plas is de oever- en onderwatervegetatie beter ontwikkeld dan in het noorden. Al met al is er geen aanleiding om aan te nemen dat er een probleem is in de Wijde Blik als het gaat om de Natura2000-doelen. De score op de maatlat Fytoplankton vertoont een negatieve trend (-0.07 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Waterflora vertoont geen trend. De score op de maatlat Macrofauna vertoont geen trend. De score op de maatlat Vis vertoont een positieve trend (0.29 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). Stikstof en fosfor laten een dalende trend zien (vooruitgang) tussen 2006 en 2020. Stikstof gaat ook een klasse vooruit gedurende de afgelopen planperiode (2015-2020).
Oorzaken op hoofdlijnen
De oorzaak van de matige kwaliteit is de iets te hoge belasting met voedingsstoffen. Na een aantal jaren waarin de fosfaatbelasting sterk is gedaald (waarschijnlijk vooral door het baggeren en daarmee schoner worden de Vecht) lijkt er nu weer een trend zichtbaar van toename van de fosfaatbelasting. Het Hilversums kanaalwater bevat veel fosfaat, afkomstige vanuit verschillende bronnen. Scheepvaart heeft ook een negatief effect op de ecologische toestand. Als de fosfor in het inlaatwater van de Wijde Blik blijft stijgen en het aantal vaarbewegingen boven de ondiepere zones toeneemt dan komt de ecologische toestand van de plas in de gevarenzone.
Maatregelen op hoofdlijnen
De maatregelen zijn gericht op verminderen van de fosforbelasting via het inlaatwater, onder andere via autonome ontwikkelingen zoals verder verbeteren van rioolwaterzuiveringsinstallatie en verminderen van bemesting in de landbouw. Ook wordt er gekeken naar de mogelijkheden om specifieke maatregelen te nemen om de fosforbelasting vanuit het Hilversums kanaal te beperken. Daarnaast zijn er ook maatregelen gericht op het beperken van schade door varen in ondiepe delen van de plas.
Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.
|
|
Productiviteit water staat onder druk. Chlorofyl-a (algen) neemt sinds 2014 af en scoort de laatste jaren voldoende op de KRW maatlat. Toch bloeien (blauw)algen nog steeds af en toe in de zomer. De plas is sinds 2014 lager belast door de verbeteringen in kwaliteit van de Vecht. De fosforbelasting ligt nog net iets boven de toelaatbare fosforbelasting. Deze belasting komt voornamelijk door de inlaat van Vechtwater (35%) en water uit het oostelijk deel van het Hilversums kanaal (65% - Kerkelanden/Haven Hilversum/ ’t Hol). De kwaliteit van de Vecht is de afgelopen jaren verbeterd, maar laat vanaf 2017 weer een lichte stijging zien in fosfor. Een aandachtspunt is ook de potentiële extra belasting vanuit de Vecht door de vispassage tussen het Hilversums kanaal en de Vecht. Ook afstroming van percelen speelt een rol. Ondanks het feit dat de hoeveelheid af- en uitstroomwater in de plas laag is, zijn de fosfaatgehaltes hierin zo hoog dat ze toch een relatief grote bron vormen. De waterbodem levert alleen lokaal na in diepere delen van de plas. Deze voedingsstoffen blijven in de zomer onder de spronglaag en zijn daarmee niet beschikbaar voor algen. In de winter mengt dit diepe fosfaatrijkere water op met de gehele plas. In het Hilversums kanaal is het niet duidelijk wat de waterbodem doet, mogelijk levert deze na. |
|
|
Lichtklimaat vormt geen probleem: er staan onderwaterplanten tot 6.5 meter in 2016 en 2017 en 4.5 meter in 2018. Er valt voldoende licht op de bodem voor waterplanten. Concentraties ortho-fosfaat zijn laag in de plas en de biodiversiteit is hoog, dus het lichtklimaat voor vegetatie wordt niet belemmerd door perifyton (korstvormende algen op planten). |
|
|
Productiviteit bodem vormt geen probleem: er komen nergens woekerende waterplanten voor. De waterbodem vormt nergens een risico voor woekerende waterplanten, omdat deze niet voedselrijk is. Er is geen sprake van sulfide- of ammonium toxiciteit. |
|
|
Habitatgeschiktheid is nu goed, maar staat onder druk: Emergente vegetatie is vooral goed ontwikkeld in het zuidwesten van de plas en is erg gevoelig voor een verhoogd aantal vaarbewegingen. Meer vaarbeweging betekent meer golfslag en een groter risico op vernieling bij varen door de vegetatie. In de MER wordt het effect van meer vaarbewegingen beoordeeld. |
|
|
Verspreiding vormt geen probleem omdat de doelsoorten in de omgeving aanwezig zijn en er ook kunnen komen. |
|
|
Verwijdering vormt geen probleem. In een open diepe plas zijn uitheemse rivierkreeften geen probleem. Zij zijn strerk oever afhankelijk. |
|
|
Organische belasting vormt geen probleem voor de kwaliteit van het watersysteem. |
|
|
Toxiciteit vormt geen probleem. Macrofauna scoort goed; ook soorten die gevoelig zijn voor toxines. Er is geen reden om aan te nemen dat de plas te hoog belast is met toxines. |
Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Hoofdlijnen en conclusies systeemanalyse Wijde Blik (2018).
| ESFoordeel | SGBPPeriode | Naam | Toelichting | BeoogdInitiatiefnemer | UitvoeringIn |
|---|---|---|---|---|---|
|
|
SGBP3 2021-2027 | Beperken van de externe fosfaatbelasting vanuit Kerkelanden in het Hilversums kanaal | Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II. De maatregel wordt uitgevoerd in het waterlichaam het Hilversums kanaal, maar heeft ook effect op de Wijde Blik. Metingen van debieten en concentraties moeten uitwijzen wat de bron van fosfaat is en hoe deze gedefosfateerd kan worden (Kerkelanden en/of de Haven van Hilversum). | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 |
| SGBP3 2021-2027 | Intensivering van rietbeheer langs de oevers van plassen Natuurmonumenten | Het gaat hier om zowel eenmalige aanpassingen als om structurele intensivering van het onderhoud. Eenmalig is nodig: oevers beschermen tegen graas, bomen verwijderen en afvoeren en infrastructuur aanleggen om intensiever onderhoud mogelijk te maken. Structureel is intensivering van beheer en onderhoud nodig, zodat opschietend hout tijdig wordt verwijderd en afgevoerd; hiervoor is een structurele uitbreiding van SNL-gelden nodig. Bomen die onderdeel van het landschap zijn, hoeven niet verwijderd te worden. We stemmen af met Natuurmonumenten hoe deze maatregel opgepakt kan worden. | Natuurmonumenten | 2021-2027 | |
| SGBP3 2021-2027 | Vastleggen van geboden en verboden in KEUR en beheer en onderhoudsplan | Het is niet wenselijk dat grote delen van de plas worden gemaaid. De Keur laat gebiedsgericht minder frequent onderhouden toe. Implementatie gebeurt in bestuurlijk vast te stellen uitvoeringsprogramma’s onderhoud. Daarin moet tenminste aandacht worden gegeven aan een maximum areaal dat gemaaid mag worden in de ondiepe zones, het voorkomen van overkluizing en beschoeiing en het verwijderen van overhangend groen. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 | |
| SGBP3 2021-2027 | Verbeteren van operationeel gebruik terugpompinstallatie: mogelijk pomp met grotere capaciteit nodig | Het gaat om de teugpompinstallatie bij de doorvaarbare sluis van het Hemeltje. De pompen zijn 2 jaar geleden vervangen, maar het operationeel gebuik functioneert mogelijk nog onvoldoende. Met gemeente Hilversum, als eigenaar van de sluis, stemmen we af hoe deze maatregel opgepakt kan worden. | 2021-2027 | ||
| SGBP3 2021-2027 | Operationeel beheer van vispassage aanpassen | Het gaat om de vispassage bij het Hemeltje. De operationele beheerinstellingen van de vispassage zo aanpassen dat wordt voorkomen dat er teveel water wordt ingelaten. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 | |
| SGBP3 2021-2027 | Kleinere maximumhoeveelheid toestaan voor het onttrekken van water oppervlaktewater | Nabij diepe plassen en kleine ondiepe plassen willen we ontrekkingen zoveel mogelijk voorkomen, door een alternatieve locatie te zoeken in een ander peilvak. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 | |
| SGBP2 2015-2021 | Aanpassen RWZI Horstermeer (kwaliteit effluent verdergaand verbeteren na evaluatie) | Deze maatregel is uitgevoerd. De kwaliteit van het effluent is nu zo goed als mogelijk. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2015-2021 | |
| SGBP2 2015-2021 | Beperken fosfaatbelasting Hilversums Kanaal | Deze maatregel wordt uitgevoerd in waterlichaam Kortenhoefse Plassen, maar heeft ook effect voor waterlichaam Wijde Blik: dit is de defos van Kerkelanden en Haven Hilversum (waarschijnlijk beide bronnen gelijktijdig in het kanaal gezuiverd). SGBP2 start het meetplan om te bepalen hoe deze maatregel kan worden uitgevoerd. Uitvoering zal pas in SGBP3 zijn. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 | |
| SGBP2 2015-2021 | Beperken fosfaatbelasting rwzi Utrecht (autonoom) | Deze maatregel wordt genomen in waterlichaam Vecht, maar heeft ook een positief effect voor Molenpolder en Tienhoven en Wijde Blik. | HDSR | 2015-2021 | |
| SGBP2 2015-2021 | Maatregelen landbouw om nutrientenbelasting op de waterlichamen te beperken fase 1 | Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Amstellandboezem, Vaarten Ronde Hoep, Vaarten Groot Mijdrecht, Bovenkerkerpolder, Noorderlegmeer, Groot Wilnis-Vinkeveen Zuid, Polder Demmerik, Vaarten Zevenhoven, Tussenboezem Vinkeveen a, Mijdrechtse Bovenlanden, Vinkeveense Plassen, Vecht, Vaarten Vechtstreek, Stichts Ankeveense Plassen, Kortenhoefse Plassen, Spiegelplas, Wijde Blik, Loosdrechtse Plassen, Ster en Zodden, Maarsseveense Zodden en omgeving, Molenpolder en Westbroek | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2015-2021 | |
| SGBP1 2009-2015 | Realiseren P-reductie rwzi Horstermeer (autonoom) | Het gaat om het realiseren van maatregelen om de rwzi aan de wettelijke lozingseisen te laten voldoen. Verbetert waterkwaliteit van de Vecht, dat ingelaten wordt via Hilversums Kanaal. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2009-2015 | |
|
|
SGBP3 2021-2027 | Beperken vaarbeweging in ondiepe zone tot 3 meter | Ter bescherming van waterplanten is het nodig om vaarbewegingen in ondiepe zones te beperken. Schroeven van boten kunnen de waterplanten vernielen, wervelen bodemdeeltjes op en remmen door golfslag de ontwikkeling van oevers en oeverplanten. | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2021-2027 |
| SGBP2 2015-2021 | Uitvoeren beheermaatregelen oevers Wijde Blik | Een deel van de oever aan de noordzijde moest worden hersteld | Natuurmonumenten | 2015-2021 | |
| SGBP1 2009-2015 | Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1 | Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 2009-2015 |
Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.
Geen herbegrenzing nodig.
In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1 keer per 3 jaar gemeten. Macrofauna wordt niet gemeten, voor de KRW worden resultaten uit een ander waterlichaam getoond in formele rapportages (niet in deze factsheet). Fytoplankton wordt 1 keer per 3 jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.
Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).
Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.
Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.
Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.
Waterlichaam De waterlichamen vormen de basisrapportageeenheden van de KRW. Op basis van artikel 5 KRW zijn in 2004 Nederlandse oppervlaktewateren aangewezen als KRW-waterlichamen: natuurlijk, kunstmatig2 of sterk veranderd. Een oppervlaktewaterlichaam kan als kunstmatig of sterk veranderd worden aangewezen vanwege ingrepen in de hydromorfologie (art. 4 lid 3 KRW), die het bereiken van de Goede Ecologische Toe-stand verhinderen. In Nederland zijn vrijwel alle waterlichamen kunstmatig of sterk veranderd.
Emerse waterplanten Emerse waterplanten steken gedeeltelijk boven het wateroppervlak uit en wortelen in de (water)bodem.
Helofyten De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (zoals het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan. Terwijl de ‘echte’ waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit.
Submerse waterplanten De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten die geheel onder water groeien. Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken.
Hydrofyten De ‘echte waterplanten’ of hydrofyten komen voor in stilstaande of traag stromende permanente meren of rivieren. Deze planten zijn aangepast aan een submers leven. Indien het biotoop uitdroogt wordt het voortbestaan van deze planten bedreigd. De wortels dienen tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor aanpassen aan de waterstand, waardoor de lichtopname niet in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. Er bestaan dus hydrofyten met zowel een submerse als emerse groeivorm. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad opgenomen worden.
GAF Een afvoergebied of een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem.
EAG Ecologische analysegebieden zijn nieuwe opdelingen van de bestaande af- en aanvoergebieden (GAF’s), meestal (delen van) polders. De opdeling in EAG’s is gemaakt op basis van een aantal kenmerken zoals vorm, verblijftijd, waterdiepte, strijklengte, de aanwezigheid van kwel of wegzijging en de afvoerrichting van het water. Een EAG valt altijd volledig binnen een afvoergebied. Af-en aanvoergebieden, maar ook KRW-waterlichamen, zijn dus opgebouwd uit één of meer EAG’s.
KRW Kaderrichtlijn water
N2000 Natura 2000 De verzameling van Nederlandse natuurgebieden die in Europees verband een beschermde status genieten (Vogel- en habitatrichtlijngebieden).
EKR Ecologische kwaliteitratio, een getal tussen 0 en 1 waarmee de kwaliteit van een ecologische parameter wordt aangegeven. 0 is zeer slecht, 1 is zeer goed. De grens voor het GEP wordt gewoonlijk bij een EKR van 0,6 gelegd.
Biologisch kwaliteitselement Een ecologische groep de waarmee de situatie van het waterlichaam wordt beoordeeld. Gebruikt worden: fytoplankton en diatomeeën (algen), waterplanten, macrofauna (waterdieren) en vissen.
Maatlat Een schaal die gebruikt wordt om de situatie van een ecologische parameter te beoordelen. De uitkomst is een EKR.
Deelmaatlat Voor elk biologisch kwaliteitselement zijn één of meerdere deelmaatlattenonderscheiden op basis van de soortsamenstelling en de (relatieve) aanwezigheidvan soorten, en voor vis de leeftijdsopbouw. De uitkomst is een EKR.
Indicator Een verder opdeling van biologische deelmaatlatten. De uitkomst is in een aantal gevallen een EKR.
GEP of KRW doel De KRW heeft voor natuurlijke waterlichamen als doel dat een goede toestand (zowel ecologisch als che-misch) moet worden gehaald (GET). Voor de kunstmatig of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen moet een goed ecologisch potentieel (GEP) en een goede chemische toestand worden bereikt. Het GEP voor rijkswateren wordt afgeleid door Rijkswaterstaat namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat (en mogelijk Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid) en gepresenteerd in het Beheerplan rijkswateren (BPRW, vastgesteld door de ministers). De provincies zijn verantwoordelijk voor het afleiden van het GEP voor regionale wateren. Dit gebeurt in regionale waterplannen. Hoewel de provincie formeel het GEP moet vaststellen in het regionaal waterplan, levert het waterschap vanwege de kennis over watersystemen meestal het GEP aan, als beheerder van het regionaal oppervlaktewaterlichaam. Beide kunnen hierbij de Handreiking KRW-doelen volgen. De KRW biedt uitzonderingsmogelijkheden waarbij het doel later (doelvertraging) of niet (minder streng doel) gehaald hoeft te worden. Alleen in het laatste geval is het GEP niet meer het doel. In deze handreiking is het GEP-synoniem voor het doel, tenzij anders aangegeven. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het afleiden van de doelen technisch beschreven.
SGBP Naast het definiëren van waterlichamen en doelen schrijft de KRW voor dat er stroomgebiedbeheerplan-nen (SGBP) worden opgesteld (art. 13 KRW). De bouwstenen van de stroomgebiedbeheerplannen staan in de waterplannen van het Rijk en de provincies en in de beheerplannen van de waterbeheerders. De SGBP’s geven een overzicht van de toestand, de problemen, de doelen en de maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor de inliggende waterlichamen. Nederland kent vier stroomgebieden: Rijn, Maas, Schelde, en Eems. De beheerplannen voor de stroomgebie-den worden iedere zes jaar geactualiseerd. Volgens bijlage VII van de KRW bevatten de SGBP’s onder andere:de beschrijving van de kenmerken van het stroomgebieddistrict;de ligging, begrenzing en typering van waterlichamen (voor sterk veranderd en kunstmatig inclusief een motivering); de huidige toestand op basis van de resultaten van de monitoring over de afgelopen periode;de doelen voor waterlichamen en een eventueel beroep op uitzonderingsmogelijkheden inclusief motivering; een samenvatting van de te nemen maatregelen om de doelen te bereiken.
Watersysteemanalyse Om goede keuzes te maken voor doelen en maatregelen is het essentieel te weten hoe een waterlichaam werkt. De systeemanalyse heeft als doel inzicht te verschaffen in het systeemfunctioneren, wat via verschillende methoden bereikt kan worden. Dit vormt het vertrekpunt voor het antwoord op de vraag hoe (met welke maatregelen) kan worden gekomen tot een betere toestand. Zonder goed inzicht in het systeem-functioneren is het risico groot dat niet de juiste maatregelen in beeld zijn, of dat maatregelen uiteindelijk niet opleveren wat ervan wordt verwacht.